• vo-ho

November. Vo aan het woord over PWS en stages: Farelcollege versterkt de brug naar het hoger onderwijs

12 november 2025

Drie jaar geleden startte het Farelcollege in Ridderkerk met het zogenoemde ‘voorgekookte experiment’ om het profielwerkstuk te verbeteren. Wat begon als een onderwijskundige proef, groeide uit tot een bredere beweging om leerlingen beter voor te bereiden op het hoger onderwijs. Afdelingsleider Rachel van Emmerik vertelt over de opbrengsten, uitdagingen en lessen onderweg.

Hoe begon jullie samenwerking met de hogescholen, de Erasmus Universiteit en andere vo-scholen in de regio Rotterdam?
“Dat begon allemaal met een gezamenlijke conferentie van het samenwerkingsverband, nu ongeveer vier jaar geleden. Dat was het moment waarop we beseften hoe belangrijk een doorlopende leerlijn is van middelbare school naar het hoger onderwijs.

De bijeenkomsten zorgen regelmatig voor waardevolle ontmoetingen met collega’s van andere scholen. We wisselen ervaringen uit, inspireren elkaar en houden elkaar scherp. Soms blijven contacten hangen en ontstaat er blijvende samenwerking. Voor mij zijn dit soort dagen ook een wake-up call om iets op te pakken wat anders zou wegzakken.”

Wat heeft het samenwerkingsverband jullie tot nu toe gebracht?
“We hebben meegedaan aan twee zogenoemde ‘voorgekookte experimenten’: het verbeteren van het profielwerkstuk en het opzetten van stages. Daarbij krijgen we hulp van partners bij de hogescholen en de universiteit. Wij hopen op onze beurt leerlingen beter toe te rusten, zodat ze minder snel uitvallen in het vervolgonderwijs.

Een ander mooi voorbeeld is het mentoruur waarbij studenten van de Hogeschool Rotterdam en Inholland bij ons op school kwamen vertellen over hun studiekeuze, hoe het is om op kamers te wonen en hoe je studiefinanciering regelt. Dat idee is rechtstreeks voortgekomen uit het samenwerkingsverband.

Daarnaast zijn we op één van de conferenties op het idee gebracht om een pre-PWS in te voeren. Daarmee zijn we begonnen in havo 3 en vwo 3, in een sterk versimpelde vorm. Dit schooljaar draaien we dat voor de tweede keer. Vwo-leerlingen krijgen nu iets meer uitdaging, zodat het pre-PWS een logische opstap vormt naar het grote profielwerkstuk.”

Bij het eerste experiment wilden jullie het profielwerkstuk meer behapbaar maken voor docenten en leerlingen, en tegelijk de kwaliteit verhogen. Hoe heeft dat uitgepakt?
“Mijn collega Lowi Sturrus heeft het format ontwikkeld in samenwerking met de hogescholen en de Erasmus Universiteit. Het profielwerkstuk staat inmiddels stevig op zijn poten.

Wel vraagt het voortdurend aandacht om het proces verder te verbeteren, bijvoorbeeld door de komst van AI. We hebben meer contactmomenten ingevoerd om het proces van leerlingen beter te kunnen volgen en begeleiden.”

In het begin dachten we dat het al goed stond, maar dat bleek te optimistisch. De veranderingen waren groter dan verwacht, vooral voor collega’s die al twintig jaar op dezelfde manier werkten. Het nieuwe materiaal was omvangrijk en niet iedereen had meteen de tijd of zin om het goed te lezen. Daardoor kwam het bij een deel van de collega’s traag op gang.” 

Hoe krijg je docenten mee die meer op de achtergrond betrokken zijn?
“We hebben verschillende bijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld bij hotel Van der Valk. Je moet het een beetje leuk maken, met gevulde koeken en pizza’s. 

Belangrijk is ook dat docenten de urgentie voelen: dit doen we niet om iets nieuws te proberen, maar om de overgang naar het hoger onderwijs soepeler te maken. Het was overigens geen weerstand tegen de vernieuwing zelf; vooral de extra tijdsinvestering was een hobbel. Inmiddels zijn we drie jaar verder en merken we dat het profielwerkstuk stevig ingebed is in de school.”

En hoe reageren de leerlingen?
“Leerlingen zijn over het algemeen positief, al kunnen ze het zelf niet vergelijken met vroeger. Het proces is overzichtelijker geworden. Ze leren bewuster hoe je goed onderzoek doet en hebben daardoor een sterkere basis voor het vervolgonderwijs. Dat is precies waarom we dit doen. 

We gebruiken het ‘vragenmachientje’, een eenvoudige tool met ja-nee-vragen die helpt bepalen of een onderzoek zinvol en uitvoerbaar is. Zo voorkomen we dat leerlingen met een verkeerd uitgangspunt beginnen of halverwege vastlopen. Deze tool is ontwikkeld binnen het samenwerkingsverband en wordt inmiddels breder ingezet, ook bij andere vakken. Het dwingt leerlingen om beter na te denken over hun onderzoeksvraag voordat ze beginnen.”

Heeft het profielwerkstuk nog andere veranderingen gebracht?
“Ja, we werken nu vaker met grotere groepen. Waar we vroeger vooral duo’s hadden, werken leerlingen nu soms met drie of meer personen. Dat sluit beter aan bij het vervolgonderwijs, waar studenten ook vaak in grotere groepen samenwerken.

De begeleiding van zulke groepen is wel lastiger voor docenten. Per leerling moet 80 uur worden besteed, dus bij vier leerlingen heb je een project van ruim 300 uur. Dat vraagt om meer diepgang en andere vraagstellingen.”

Jullie ontwikkelen ook stages binnen LOB. Hoe staat dat ervoor?
“Dat is ons nieuwste experiment in het kader van LOB. Samen met de decanen zijn we gestart met korte stages voor havo- en vwo-leerlingen. We beginnen klein: twee dagen meelopen. Als dat goed werkt, willen we het uitbreiden. Het doel is dat leerlingen bewustere keuzes maken over hun vervolgopleiding.

We merken namelijk dat veel jongeren switchen nadat ze aan een studie zijn begonnen, ondanks alles wat we hen hier aanbieden: open dagen, meeloopdagen, studiekeuzetests en de voorlichtingsavond door oud-leerlingen die vertellen over de studie die zij volgen. Met de stage hopen we dat ze beter weten wat ze willen voordat ze instromen.”

Waarom vind je dat belangrijk?
“Omdat switchen grote gevolgen kan hebben. Sommige jongeren stoppen zelfs helemaal en gaan werken, ook omdat ze het nieuwe collegegeld niet kunnen betalen. Daar is niets mis mee, maar ik zie bij reünies soms ook schaamte: de een is al afgestudeerd, de ander niet. Het huidige systeem maakt overstappen moeilijker, omdat ze binnen vier of hooguit vijf jaar moeten afstuderen. Door leerlingen beter te begeleiden bij hun keuzes, kunnen we die uitval deels voorkomen.”

Welke andere plannen hebben jullie om de aansluiting te verbeteren?
“We zetten extra in op taalgericht vakonderwijs, omdat we zien dat veel leerlingen moeite hebben met woordenschat en begrijpend lezen. Door dat te versterken hopen we ook de aansluiting met het hbo en de universiteit te verbeteren.

Ik vind het fascinerend om te zien waar onze leerlingen vandaan komen en waar ze naartoe gaan. Het is onze taak om ze zo goed mogelijk af te leveren. We krijgen kinderen binnen met heel verschillende achtergronden. Als we ze kunnen begeleiden tot ze stevig genoeg staan om zelfstandig verder te leren, hebben we het goed gedaan.”

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor nieuws over onze activiteiten

Bedankt voor je aanmelding!

Je ontvangt vanaf nu nieuws over onze activiteiten rechtstreeks in je inbox.

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor nieuws over onze activiteiten

Een moment...

* Verplichte gegevens